Kort samengevat
Wachttijden in de GGZ vragen om zorgvuldige keuzes binnen de huisartsenpraktijk. Wanneer een patiënt is verwezen, ontstaat er een tussenfase. Een periode waarin contact nog mogelijk is, maar behandeling nog niet start.
Juist in die fase ligt een spanningsveld. Als huisarts en POH-GGZ wil je betrokken blijven, maar je kunt deze persoon niet behandelen binnen de huisartsenzorg. De patiënt zoekt steun, maar gespecialiseerde zorg is nog niet begonnen. Zonder duidelijke afspraken kan tijdelijke begeleiding ongemerkt verlengen of verschuiven in doel en karakter.
Vanuit Praktijksteun zien we ondersteuning tijdens de wachttijd – in het veld vaak overbruggingszorg genoemd – daarom als een expliciet gemarkeerde en begrensde tussenfase tussen verwijzing en start van passende GGZ.
Het is geen behandeling.
Het is geen verlenging van het reguliere POH-GGZ traject.
Het is tijdelijke, herstelondersteunende begeleiding met een duidelijk doel en heldere kaders.
Wij kiezen bewust voor de woorden ondersteuning tijdens de wachttijd in plaats van voor de term overbruggingszorg. Deze benaming maakt duidelijk wat het wél is: begeleiding gericht op dagelijks functioneren, stabiliteit en zelfregie. En wat het niet is: een vervanging van GGZ of een open einde binnen de huisartsenpraktijk.
“De wachttijd mag geen leegte worden, maar ook geen verkapte behandeling.”
Doel en positionering
Ondersteuning tijdens de wachttijd is bedoeld als tijdelijke fase waarin het dagelijks functioneren centraal staat. De inzet richt zich op stabiliteit, het behouden van overzicht en het versterken van zelfregie in de periode tot de start van gespecialiseerde GGZ.
De gesprekken zijn niet gericht op behandeling of verdere probleemverdieping. De focus verschuift bewust naar functioneren en veerkracht: wat lukt nog wel, waar zit ruimte, hoe kan het netwerk worden benut en welke kleine stappen zijn helpend in het dagelijks leven?
Vanaf het begin is duidelijk dat deze ondersteuning een afgebakende periode kent. Er wordt actief toegewerkt naar afronding, overdracht of zelfstandigheid.
Wanneer is ondersteuning tijdens de wachttijd passend?
De inzet van ondersteuning tijdens de wachttijd vraagt om een bewuste afweging binnen de huisartsenpraktijk. Niet iedere patiënt op een wachtlijst heeft extra begeleiding nodig.
Ondersteuning is passend wanneer tijdelijk contact bijdraagt aan stabiliteit en zelfregie, en wanneer duidelijk is dat het geen vervanging is van GGZ-zorg. Het doel is ondersteunen waar nodig, zonder afhankelijkheid in stand te houden of impliciet regulier zorgaanbod voort te zetten.
Huisarts en POH-GGZ maken deze afweging samen, vanuit gedeelde uitgangspunten binnen de praktijk.
Duidelijke communicatie richting patiënt
Goede ondersteuning begint met een open en helder gesprek. Wanneer een patiënt wordt verwezen en het reguliere POH-GGZ traject wordt afgerond, staan we daar bewust bij stil. Ook de start van ondersteuning tijdens de wachttijd benoemen we als een tijdelijke fase, met een eigen doel en karakter.
Samen met de patiënt bespreken we wat deze periode kan betekenen. Wat is helpend in het dagelijks leven? Wat is het doel van het contact? Hoe vaak spreken we elkaar, en voor hoe lang? Daarbij is het belangrijk om uit te spreken wat deze ondersteuning wel is en wat niet. Geen behandeling van psychische klachten, wel begeleiding gericht op stabiliteit, overzicht en het behouden van regie.
Door dit samen zorgvuldig te verkennen, ontstaat duidelijkheid. Dat geeft rust, zowel voor de patiënt als voor de professional.
Inhoud en praktische kaders
De ondersteuning kan zich richten op het stabiliseren van de situatie, het aanbrengen van structuur en ritme, aandacht voor leefstijl, het versterken van het sociale netwerk en het stimuleren van eigen regie. Het gesprek richt zich minder op het uitdiepen van klachten en meer op wat helpt om verder te kunnen in het dagelijks leven.
Om te voorkomen dat ondersteuning tijdens de wachttijd ongemerkt regulier zorgaanbod wordt, werken we met duidelijke kaders:
- De periode is afgebakend.
- Contactmomenten zijn vooraf helder afgesproken en terughoudend ingericht.
- Extra contact is mogelijk wanneer nodig, maar niet vanzelfsprekend.
- Afbouw en loslaten zijn expliciet onderdeel van het proces.
Gedeelde visie binnen de huisartsenpraktijk
Ondersteuning tijdens de wachttijd vraagt om goede samenwerking tussen huisarts en POH-GGZ. Het helpt wanneer er binnen de praktijk gezamenlijke uitgangspunten zijn over wanneer deze ondersteuning passend is en hoe hierover met patiënten wordt gesproken.
Door samen op te trekken en helder te zijn over ieders rol, ontstaat eenduidigheid. Dat voorkomt verwarring en geeft patiënten vertrouwen.
Wanneer ondersteuning tijdens de wachttijd past binnen de bredere visie van de huisartsenpraktijk, ontstaat een consistente manier van werken. Zo blijft deze begeleiding tijdelijk en doelgericht, en wordt voorkomen dat zij ongemerkt uitgroeit tot structurele zorg.
De rol van Praktijksteun
Onze regiomanagers en teamleiders kunnen POH-GGZ collega’s en huisartsen ondersteunen bij het zorgvuldig vormgeven van ondersteuning tijdens de wachttijd. We helpen bij het formuleren van gezamenlijke uitgangspunten, het versterken van professionele duidelijkheid en het bewaken van de begrenzing van deze fase.
Zo zorgen we ervoor dat de wachttijd geen leegte wordt — en ook geen verkapte behandeling.