xs sm md lg

Jaarlijks ontwikkelen 191.400 mensen eerste psychische aandoening

g29/01/2013

Jaarlijks ontwikkelen naar schatting 191.400 mensen voor het eerst een psychische aandoening, zoals een angststoornis, stemmingsstoornis of middelenstoornis. Jongeren, lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen lopen een verhoogd risico.

Een scheiding, overlijden van een partner, verlies van werk of een beduidende teruggang in inkomen zijn risicofactoren. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de tweede meting van NEMESIS-2: de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2’.

NEMESIS-2 is een representatief onderzoek naar de psychische gezondheid van volwassenen van 18-64 jaar in de algemene bevolking. De tweede meting vond plaats tussen november 2010 en juni 2012, drie jaar na de eerste meting. Het rapport met de resultaten van de tweede meting is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer.

In de meting is onderzocht hoe vaak in een periode van drie jaar psychische stoornissen voor het eerst ontstaan. Welke demografische kenmerken verhogen de kans op een stoornis? Welke rol spelen negatieve veranderingen die plaatsvonden tussen beide metingen, zoals verlies van werk en daling van inkomen? En is er een verband tussen eerdere stoornissen en het latere ontstaan van andere psychische problemen? Uit de eerste resultaten blijkt dat 8,9% van de respondenten voor het eerst in een periode van drie jaar een psychische stoornis kreeg. Dat zijn jaarlijks naar schatting 191.400 mensen.

Wie hebben de meeste kans op een stoornis?
Angststoornis en stemmingsstoornis kwamen het vaakst voor, gevolgd door middelenstoornis. Van de afzonderlijke aandoeningen waren dat depressie, specifieke fobie, alcoholmisbruik, gegeneraliseerde angststoornis en paniekstoornis.

Vrouwen, jongere respondenten, lageropgeleiden, mensen met een lager inkomen, mensen die een scheiding of het overlijden van hun partner meemaakten, mensen die hun werk verloren en mensen die een beduidende inkomensdaling meemaakten, hadden een grotere kans op een stemmingsstoornis, zoals depressie.

Vrouwen, jongere respondenten, mensen die een scheiding of het overlijden van hun partner meemaakten, mensen die een beduidende inkomensdaling meemaakten en mensen die voor het eerst een lichamelijke aandoening kregen hadden een verhoogde kans op een angststoornis. Een middelenstoornis kwam vaker voor bij mannen, jongeren, lageropgeleiden, mensen met een lager inkomen en mensen die een scheiding of het overlijden van hun partner meemaakten.

Invloed eerdere stoornissen
De invloed van eerdere stoornissen op het latere ontstaan van andere psychische problematiek is eveneens onderzocht. Zowel angststoornis als middelenstoornis voorspelden het latere ontstaan van een stemmingsstoornis. Stemmingsstoornis en middelenstoornis voorspelden nieuwe angststoornissen; ADHD voorspelde nieuwe middelenstoornissen.

De uitkomsten zijn van belang voor het ontwikkelen van effectieve preventie- en interventieactiviteiten gericht op het verminderen van de last die psychische aandoeningen met zich mee brengen voor de persoon zelf, voor haar of zijn familieleden en vrienden, voor de samenleving en voor het zorgsysteem.

—————————————————————————-
Graaf R de, Have M ten, Tuithof M, Dorsselaer S van. Incidentie van psychische aandoeningen. Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2. Utrecht, Trimbos-instituut, 2012.
Artikelnummer AF1184.