xs sm md lg

Stand van zaken POH-GGZ

g18/05/2012

Op 1 januari 2008 werd een nieuwe functie toegevoegd aan de huisartsenvoorziening: de praktijkondersteuner ggz in de eerste lijn (POH-GGZ). De functie wordt beschreven als onderdeel van de huisartsenzorg en ook als zodanig gefinancierd.

De ROS’en verzamelen sinds november 2009 gegevens over de aantallen functionarissen die de functie uitvoeren, hun professionele achtergrond en de aard en omvang van het samenwerkingsverband van huisartsen waar ze werkzaam zijn. De gegevens van de laatste inventarisatie van april 2012 worden hier toegelicht.

Inzet
In de afgelopen vier jaar zien we een vrij constante ontwikkeling in de inzet van de POH-GGZ. In november 2009, ruim anderhalf jaar na invoering, maakte 11% van de huisartsen gebruik van de ondersteuning van de POH-GGZ. In april 2012 is dit ruim 37%. De eerste huisartsen die in 2008 de POH-GGZ contracteerden, deden dit voornamelijk binnen kleinere samenwerkingsverbanden (tot zo’n zestien huisartsen). Daarnaast waren er al snel een aantal zorggroepen met meer dan 50 huisartsen die de functie vorm gaven. In het afgelopen half jaar zien we vooral een opvallende groei van de inzet van de POH-GGZ bij samenwerkingsverbanden tussen de 16 en 50 huisartsen. We veronderstellen dat deze groei te maken heeft met de doorontwikkeling van zorggroepen.We zien veel verschillende manieren waarop detachering wordt ingezet. Zo is er een relatief grote groep POH-GGZ die wordt gedetacheerd vanuit de ‘vooruitgeschoven GGZ-instellingen’. Daarnaast zien we detachering vanuit particuliere bureau’s en vanuit facilitaire organisaties (direct, of indirect via de instellingen). Detachering kan op praktijkniveau geregeld zijn, maar ook op niveau van (samenwerkende) gezondheidscentra en zorggroepen.De huisarts die in een klein samenwerkingsverband met directe collega’s de POH-GGZ zelf in dienst heeft, terwijl noch POH-GGZ, noch huisarts deel uit maakt van een groter verband of organisatie die zaken rond of de inzet van de POH-GGZ gezamenlijk regelt, behoort tot een kleine groep. Het betreft nog geen 13% van de huisartsen met ondersteuning door een POH-GGZ.

Achtergrond
Bij de eerste inventarisatie in november 2009 werden er 139 POH-GGZ geteld, in april 2012 blijken 687 mensen de functie POH-GGZ uit te voeren. Het percentage functionarissen met een achtergrond als SPV neemt in deze periode toe van 38% naar 65%, terwijl het percentage psychologen afneemt van 22% naar 8%. De inzet in uren van de POH-GGZ kent een grote spreiding, van een dagdeel naar een volledige werkweek. Gemiddeld werkt de functionaris zo’n 14 uur per week in de functie van POH-GGZ. De overige uren is deze veelal werkzaam in zijn oorspronkelijke functie.

Zorgverzekeraars
Het beleid van de zorgverzekeraars inzake contractering POH-GGZ kent grote verschillen. Een aantal verzekeraars heeft de opleidingseisen van de POH-GGZ verder uitgewerkt, terwijl anderen alleen het opleidingsniveau noemen. Ook zien we de verschillen tussen verzekeraars in de eisen voor een implementatietraject en verantwoording toenemen. Niet alle verzekeraars verlangen een separate verantwoording ten aanzien van de inzet en werkzaamheden van de POH-GGZ. De ROS’en zijn op verschillende wijze betrokken bij ontwikkeling, implementatie, deskundigheidsbevordering en het in kaart brengen van de resultaten van de inzet van de POH-GGZ. Bijna alle ROS’en faciliteren in hun werkgebied regionale POH-GGZ netwerken, met activiteiten gericht op uitwisseling, intervisie en deskundigheidsbevordering.