xs sm md lg

CBb: NZa mag vrije huisartsenkeuze niet belemmeren

g16/12/2015

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wilde met de Tariefbeschikking huisartsen verbieden om behandelingen in rekening te brengen waarvoor zij geen contract hebben met de verzekeraar. De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is het niet eens met dit besluit en heeft bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) beroep ingesteld tegen de Tariefbeschikking. Naast het contractvereiste in de Tariefbeschikking wordt er ook geen rekening gehouden met het aantal uren dat een huisarts per week werkt.

Vrije artsenkeuze
Een verzekerde patiënt heeft het recht om zelf een huisarts te kiezen. Dit leidt ertoe dat de betreffende huisarts alle zorg, die de verzekerde patiënt nodig heeft, moet verrichten. Maar tot nu toe is het nog zo dat de ‘gekozen’ arts bepaalde behandelingen niet in rekening mag brengen. Het enige wat de huisarts bij de verzekeraar volgens de NZa in rekening zou mogen brengen is het algemene bedrag voor een consult of visite. Een huisarts mag volgens de Wet marktordening gezondheidszorg niet declareren voor een andere prestatie dan hij verricht heeft. Het CBb vindt dat de NZa zich niet aan artikel 13 van de Zorgverzekeringswet houdt met het contractvereiste in de Tariefbeschikking. Het CBb heeft het beroep daarom gegrond verklaard.

Tariefstelling
Een ander punt waar de VPH het niet mee eens was, is de tariefstelling binnen de Tariefbeschikking. In de tariefstelling werd volgens de VPH namelijk geen rekening gehouden met het aantal uren dat een huisarts per week werkt. Het CBb begrijpt de methode voor het vaststellen van het inkomen. Het geldende norminkomen is dan ook niet berekend op een werkweek van 40 uur. Een huisarts werkt gemiddeld in een week 48 uur, wat normaal is voor een dergelijke baan, aldus het CBb.