xs sm md lg

Huisartsen worstelen met E-health

g20/02/2015

Veel huisartsen en POH’s-GGZ in de huisartsenpraktijk willen gebruik maken van E-healthtoepassingen, maar weten niet waar zij moeten starten. Dit blijkt uit een onderzoek van het Trimbos-instituut.

Het is al langer bekend dat e-healthtoepassingen -zoals apps en websites- ter ondersteuning van de behandeling van depressieve klachten, angstklachten en problematisch alcoholgebruik, kunnen bijdragen aan een meer betaalbare en duurzame GGZ. Ook kan het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologie de zelfredzaamheid van cliënten vergroten.

De gedachte achter deze E-Health modules is dat niet alle zorgvragen het beste beantwoord kunnen worden door gesprekken tussen een patiënt en een zorgverlener. Toch wordt er in huisartsenpraktijken nog weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheden van e-health. Het Trimbos-instituut onderzocht in opdracht van het ministerie van VWS hoe dit komt.

Koplopers
Uit het onderzoek blijkt dat er een groep van ‘koplopers’ is die e-health heeft geïntegreerd in de reguliere werkwijze. Zij vinden dat e-health kwalitatief goede zorg is die meerwaarde biedt voor een deel van hun patiënten. Daarnaast is er een grote en diverse groep ‘volgers’ die e-health wel wil inzetten, maar niet weet hoe te starten. Zij worstelen onder andere met het kiezen van een aanbieder en het inschatten van de effectiviteit en financiering.

E-health bij PRO Praktijksteun
In iedere regio waar PRO Praktijksteun samenwerkt binnen de Basis-GGZ kan gebruik worden gemaakt van E-Healthmodules. Praktijksteun heeft een groot aantal E-health-aanbieders kritisch bekeken en de beste partijen geselecteerd. De meest lichte varianten van E-health zijn zelfhulpmodules en bijvoorbeeld online lotgenotengroepen, soms zelfs anoniem. De variant die in de eerste behoeften voorziet, zijn lichte online trainingen, met een stuk psycho-educatie met feedbackmogelijkheden. Een andere variant zijn bijvoorbeeld modules met een behandelend karakter.

Bekijk de onderzoeksresultaten op de website van het Trimbos-instituut: (BRON)